Sta je een paar keer per jaar in een hoogwerker, klim je dagelijks langs een ladder of hang je met beide handen vrij aan een mast? Dan past bij elke klus een ander harnas. Het verschil zit in de norm, de bevestigingspunten en hoe lang je het harnas per dag draagt.
Waar let je op bij het kiezen van een veiligheidsharnas?
Vijf vragen bepalen welk harnas bij je past. De eerste twee wegen het zwaarst.
- Wat doe je op hoogte? Alleen een val opvangen, of ook in positie werken of aan een touw hangen.
- Waar haak je aan? Een ankerpunt, een leeflijn, een valstopblok of een systeem op een vaste ladder. Dat bepaalt welk bevestigingspunt je nodig hebt.
- Hoe vaak en hoe lang draag je het? Hoe langer je het draagt, hoe meer comfort en verstelmogelijkheden ertoe doen.
- In welke omgeving werk je? Bij hitte, explosiegevaar of elektrische spanning heb je een speciaal harnas nodig.
- Past het bij je lichaam? Let op de maat, de verstelbaarheid en het gebruikersgewicht.
Welk type harnas past bij welk werk?
In deze tabel zie je per situatie welk type harnas gangbaar is.
| Situatie | Type harnas | Bevestigingspunten | Norm |
|---|---|---|---|
| Af en toe kort werk in een hoogwerker | Basic harnas | Rugpunt, met een korte lijn aan het ankerpunt in de bak | EN 361 |
| Werk op een plat of hellend dak aan een ankerpunt, leeflijn of valstopblok | Harnas met rug- en borstpunt | Rug- of borstpunt, afhankelijk van je valstopmiddel en de plek van het ankerpunt | EN 361 |
| Klimmen langs een vaste ladder met een meelopend valstopsysteem | Harnas met borstpunt | Borstpunt, als het laddersysteem daarvoor geschikt is | EN 361 |
| Met beide handen vrij werken aan een mast, paal of gevel | Harnas met positioneringsgordel | Twee heuppunten om in positie te werken, plus een rug- of borstpunt voor valbeveiliging | EN 361 en EN 358 |
| Touwtoegang en hangend werk | Harnas met zitgordel, passend bij het touwsysteem | Meestal een laag buikpunt, aangevuld met de punten die het touwsysteem vraagt | Vaak EN 813, afhankelijk van toepassing en systeem gecombineerd met EN 361 en EN 358 |
| Hitte, explosiegevaar, spanning of een besloten ruimte | Speciaal harnas | Verschilt per model | EN 361 plus de eisen voor die omgeving |
Voor touwtoegang en werk in besloten ruimtes heb je naast het juiste harnas ook een opleiding nodig.
Wat is het verschil tussen EN 361, EN 358 en EN 813?
Een harnas volgens EN 361 is getest op het opvangen van een val. Op het harnas herken je de punten daarvoor aan de letter A. EN 358 gaat over werkpositionering: een heupgordel met zijringen houdt je op je plek, zodat je met twee handen kunt werken. Zo’n gordel vangt geen val op.
| Norm | Waar gaat het over? | Wat betekent het voor jou? |
|---|---|---|
| EN 361 | Volledig lichaamsharnas | Getest op het opvangen van een val. De punten daarvoor zijn gemarkeerd met de letter A. |
| EN 358 | Werkpositionering en gebiedsbeperking | Heupringen om in positie te werken of binnen een gebied te blijven. Niet om een val op te vangen. |
| EN 813 | Zitgordel | Een laag punt voor touwtoegang en hangend werk. Een zitgordel alleen vangt geen val op. |
| EN 1497 | Reddingsharnas | Om iemand bij een redding te hijsen of te laten zakken. Voor valopvang moet het harnas ook aan EN 361 voldoen. |
| EN 365 | Gebruik, onderhoud en periodieke keuring | Bevat de algemene eisen voor onderhoud en keuring van valbeveiliging. |
Welke bevestigingspunten heb je nodig?
Een bevestigingspunt is de ring of lus waar je je lijn, valstopblok of positioneringslijn aan vastmaakt.
- Rugpunt (dorsaal): de ring tussen je schouderbladen. Op de meeste harnassen het hoofdpunt om een val op te vangen.
- Borstpunt (sternaal): een ring of twee lussen op de borst. Handig als je lijn of valstopblok voor je zit, en vaak gebruikt bij laddersystemen.
- Heuppunten (lateraal): twee ringen op de heupgordel voor een positioneringslijn. Ze houden je op je plek, maar vangen geen val op.
- Buikpunt (ventraal): een laag punt op de zitgordel voor touwtoegang en hangend werk.
Een harnas werkt samen met een ankerpunt en een lijn of valstopblok. Kies die onderdelen als één geheel, zodat de karabijnhaak past op het punt dat je gebruikt. Zorg ook voor genoeg vrije ruimte onder je om een val op te vangen.
Basic, standaard of comfort: hoe vaak draag je het harnas?
- Basic, voor af en toe: een licht harnas met een of twee bevestigingspunten, bijvoorbeeld voor kort werk in een hoogwerker.
- Standaard, voor regelmatig gebruik: een rugpunt en een borstpunt, met meer verstelmogelijkheden.
- Comfort en fly’in, voor dagelijks gebruik: steviger banden en snellere gespen. Vaak zitten er gereedschapslussen en een positioneringsgordel op.
Meer punten maakt een harnas niet beter, wel zwaarder en duurder. Kies wat bij je werk past.
Welke RSN-harnassen passen bij welke situatie?
Voor af en toe werk met alleen een rugpunt
Kratos veiligheidsharnas Kami 1 (FA1010200)
Een eenvoudig harnas met één bevestigingspunt op de rug, voor een gebruikersgewicht tot 140 kg. Een logische keuze als je af en toe in een hoogwerker staat en met een korte lijn aan het ankerpunt in de bak werkt. Liever harnas en lijn in één keer? Bekijk de valbeveiliging sets voor de hoogwerker.
Voor regelmatig werk met rug- en borstpunt
Kratos harnas Mune 3 (FA1010500)
De Mune 3 voldoet aan EN 361 en heeft een ring op de rug en een ring op de borst, allebei om een val op te vangen. Het gebruikersgewicht is tot 140 kg. Met het extra borstpunt kun je kiezen waar je aanhaakt, bijvoorbeeld bij werk aan een leeflijn of valstopblok. Gebruik je een laddersysteem, controleer dan of dat op het borstpunt mag.
Voor werk met beide handen vrij
Kratos veiligheidsharnas Mune 4 (FA1020400)
Dit harnas voldoet aan EN 361 en EN 358. Het heeft een rug- en borstpunt om een val op te vangen en een ingebouwde positioneringsgordel met twee heupringen. Daarmee werk je stabiel met beide handen vrij, terwijl je voor valbeveiliging aan het rug- of borstpunt vastzit.
Wanneer heb je een speciaal harnas nodig?
Een gewoon polyester harnas is niet voor elke werkplek gemaakt. Kies een speciaal harnas als je:
- last of slijpt op hoogte, want vonken en hitte kunnen gewone banden beschadigen;
- werkt in een ruimte met explosiegevaar (ATEX-zone);
- werkt aan of in de buurt van elektrische installaties;
- dagelijks in contact komt met olie, vuil of chemicaliën;
- in een besloten ruimte werkt, waar je via het harnas naar boven gehaald moet kunnen worden.
Let er dan op dat ook je lijn en karabijnhaken geschikt zijn voor die omgeving. Speciale harnassen en alle maten vind je in de categorie veiligheidsharnassen.
Welke fouten zie je vaak bij het kiezen van een harnas?
- Een positioneringsgordel gebruiken als valbeveiliging. Een gordel volgens EN 358 houdt je op je plek, maar vangt geen val op. Bij valgevaar haak je ook aan op een EN 361-punt.
- Het gewicht van gereedschap vergeten. Veel harnassen zijn geschikt tot 140 kg. Reken je kleding en gereedschap mee en kijk op het label wat voor jouw model geldt.
- Een harnas kiezen zonder het te passen. Een harnas moet goed aansluiten. Trek het aan en stel de banden af voordat je de hoogte in gaat.
- Controle en keuring overslaan. Kijk het harnas voor elk gebruik na op slijtage en beschadigde banden of gespen. Heeft het een val opgevangen, gebruik het dan niet meer tot een deskundige het heeft beoordeeld. Laat het daarnaast periodiek keuren: bij veel harnassen is dat ten minste eens per twaalf maanden.



